*

Een man wist niet dat hij met een engel vocht -
er zijn geen engelen, fluisterde hij

en hij voelde geen pijn,viel niet,
bloedde niet,
ging niet één of duizend keer dood -
nee, ze bestaan niet! riep hij, telkens opnieuw -

en hij werd niet weggesleept, niet weggegooid en niet vergeten

en met een verbeten onverschilligheid
die alle perken te buiten ging
liet de engel hem niet los.

 Uit: Stof dat als een meisje - T. Tellegen

*

Onze gesprekken werden langzaam

onze vragen beantwoordden we met kijken

naar de langzame wereld om ons heen

de dorpen en de landerijen in de diepte

de vogels bijna verdwijnend in de hemel

we gingen zitten kijken naar deze prachtige

onverschilligheid van de wereld

naar de overbodigheid van onze vragen.

 

 Uit: Toen ik dit zag - Rutger Kopland

*

Het was het jaar waarin zij

losgeslagen, het langste

jaar dat af en toe

gelukkig maakte maar vaker

slapeloos- het jaar waarin

avond aan avond verslagen

zij aan tafel zat

zwijgend onder de lamp

ademloos na zoveel ongelijk

 

Uit: Ingesneeuwd - Myriam Van Hee

*

Ik kan mijn ogen sluiten

en niet meer zien.
Ik kan zelfs mijn ogen openen
en niet meer zien.
 
Het doet geen pijn.
Ik kan heel goed niets denken
en niets hebben en niets vragen
en niets zijn.
 
 
Uit: De gedichten - Herman de Coninck

*

Jij blijft mijn grote liefde
In de maak, jij maakt
Mijn nachten wachten wit
Als dit papier, jij maakt me
Zwart als een gat in het blad
Gebrand van dit gedicht,
Een vergezicht van niets;
Zo blijven wij vervuld
Van al het onvervulde;

Jij bent mijn vraag, jij bent
Mijn bange vragen voor.
Wij maken lange dagen.
Die staan hier in een koor
Van hoog tot laag bijeen
Te dansen in mijn keel.

Ik neem hier geen verhaal
Op jou, ik haat het hiaat
Dat ons heeft afgesproken.
Ik blijf je grote liefde
In de maak, ik maak
Je nachten wachten wit
Als dit papier, ik maak je
Zwart als een gat in het blad
Gebrand van dit gedicht.

Uit: Leonard Nolens

*

Weet dat ik jou bemin en niet bemin
gezien de twee manieren van het leven,
het woord is als een vleugel van de stilte,
het vuur is voor de helft van kou vervuld.

'k Bemin jou om 't begin van het beminnen
om het oneindige te herbeginnen
en nooit met jou beminnen op te houden:
en dus bemin ik jou nog altijd niet.

'k Bemin je en bemin je niet alsof
ik in mijn handen sleutels van geluk
en van onzeker geluk zou houden.

Twee levens heeft mijn liefde je te geven.
'k bemin je dus als ik je niet bemin
en als ik je bemin, bemin ik je.

uit: Honderd liefdessonnetten - Pablo Neruda

*

Een man betrad het hoofd van een vrouw,
liep aarzelend rond
tot hij gewend was aan het donker
en het stof.

"Mooi", zei hij, "ik vind het hier mooi".
En hij vroeg'
" Nu jij, zou jij...??"

"Nee, nee" zei zij,
want zij was bang dat het daar groot zou zijn, onherbergzaam
en wild
en oogverblindend licht.

Uit: Alleen liefde. - Toon Tellegen

*

Laten wij nog eenmaal de kamer wit maken

nog eenmaal de totaal witte kamer, jij, ik

dir zal geen tijd sparen maar nog eenmaal

de kamer wit maken, nu, nooit meer later

en dat wij dan bijna het volmaakte napraten

alsof het gedrukt staat, witter dan leesbaar

dus nog eenmaal die kamer, de voor altijd totale

zoals wij er lagen, liggen, liggen blijven

witter dan wit, samen -

 

Gerrit Komrij

*

Voor sommige mensen komt er een dag waarop zij

het grote Ja of het grote Nee moeten zeggen.

Het blijkt meteen wie het Ja in zich heeft en na het gezegd te hebben gaat hij

verder in eer en in vertrouwen op zichzelf.

Wie weigerde heeft geen berouw. Werd het hem weer gevraagd

nogmaals zou hij nee zeggen. En toch richt dat nee

-het juiste- hem ten gronde voor heel zijn leven.

 

Kavafis

Onachtzaamheid

Ik heb gisteren niet goed mijn best gedaan in de kosmos.
Een heel etmaal geleefd zonder naar iets te vragen,
Zonder me ergens over te verbazen.

Ik heb alledaags werk verricht
alsof dat alles is wat ik moest doen

Inademen, uitademen, stap voor stap, verplichtingen,
Maar zonder een gedachte die verder reikte
dan de deur uit en weer terug naar huis.

Szymborska